De klimaattop in Kopenhagen: Een burger evalueert.

20 12 2009

Na een moeizaam verlopen conferentie, lange discussies en uiterst moeilijke onderhandelingen, namen de 193 deelnemende landen officieel kennis van het Akkoord van Kopenhagen. Daarmee heeft de VN een document waarbij de landen vrij zijn de overeenkomst wel of niet te aanvaarden en uit te voeren. De deelnemende landen kwamen niet verder dan de erkenning dat de aarde niet meer dan twee graden mag opwarmen en een intentieverklaring over het te voeren beleid. De ambitie toe te werken naar ‘wettelijk bindende’ reductiedoelstellingen werd niet waargemaakt. Het werd niet door alle landen ondertekend. Belangrijke besluiten zijn doorgeschoven naar de toekomst. Er werden geen daadwerkelijke acties ten behoeve van het oplossen van de klimaatproblematiek formeel en bindend vastgelegd. Het resultaat is een lijst van beloftes, gedaan door landen afzonderlijk en zonder afspraken over naleving en controle daarvan. De beloofde bedragen komen grotendeels uit al bestaande budgetten voor ontwikkelingshulp en zijn daardoor min of meer een wassen neus. De weinige gedane toezeggingen en gemaakte afspraken zijn allemaal vrijblijvend. Het verleden leert ons wat daarvan terecht komt. Wie eerlijk, waarachtig en realistisch is, kan dan ook slechts tot één algemene conclusie komen: De klimaattop in Kopenhagen is mislukt. Wat gebeurde er? Een paar voorbeelden:


Wat er gebeurde:

Er werd niet, zoals tot nu toe gebruikelijk, over elk punt van de overeenkomst gestemd. Cuba, Bolivia, Sudan, Tuvalu en Venezuela blokkeerden een stemming over het in hun ogen ‘illegale achterkamertjesakkoord’ van 25 vooraanstaande en/of rijke landen, inclusief Brazilíë, China, India, de VS, Zuid-Afrika en de Europese Unie. De VS, China en enkele opkomende economieën sloten een niet-bindende overeenkomst: Er wordt een groen fonds opgericht voor arme landen die geconfronteerd worden met de klimaatproblematiek. Van 2010 tot 2012 wordt daar 21 miljard euro in gestort. Door klimaatverandering worden diverse eilandstaten, waaronder Tuvalu, bedreigd. Zij wilden dat werd vastgelegd dat de temperatuur, vergeleken met het pre-industriële tijdperk, niet meer dan 1,5 graden Celsius zou mogen stijgen. Alles daarboven leidt namelijk tot het verdwijnen van eilandstaten als Tuvalu en de Maladiven. Het lukte niet. De Maladiven en de andere meest kwetsbare landen zijn daarmee de belangrijkste verliezers in Kopenhagen. Sudan waarschuwt naar aanleiding van hetgeen (niet) bereikt werd, dat Afrika gaat ,,verbranden”. De VS kwam niet verder dan een toezegging, onder voorwaarden, dat ze 17% minder uitstoot zullen realiseren. De VS wil zich niet binden aan internationale afspraken. China legde zich vast op een al eerder gedaan aanbod: Vijfenveertig procent minder uitstoot per eenheid van het bruto nationaal product. Maar wel op basis van een eigen manier van rekenen, waardoor er geen zicht is op wat de gevolgen zijn. Tevens staat China geen controle toe. De reductiedoelstellingen van de verschillende landen zijn niet ingevuld. Dat wil men voor 1 februari 2010 alsnog doen. Verder streeft men ernaar om in december 2010 alsnog tot een juridisch bindend akkoord te komen.

We dienen ons daarbij te realiseren dat het nog steeds mogelijk is dat landen, via een overschot aan emissierechten, ogenschijnlijk tot vermindering van uitstoot komen, zonder dat hun economie duurzamer is en wordt gemaakt. En dat er, ondanks de in Kopenhagen toegezegde bedragen, geen sprake is van solidariteit tussen arm en rijk. De leiders in deze wereld blijven vasthouden aan “de oneigenlijke effecten en uitwassen van het kapitalisme” met “een economische groei ten koste van alles”.

We hebben nog het Kyoto-protocol, dat op dit moment het meest ambitieuze en vergaande akkoord is aangaande de klimaatproblematiek en dat in 2012 afloopt. China en de VS, die gezamenlijk goed zijn voor 40 procent van de broeikasuitstoot, doen er echter niet aan mee. In december 2010 is er in Mexico weer een klimaattop. Wellicht is het mogelijk het Kyoto-protocol, het Akkoord van Kopenhagen en het resultaat van de top in 2010 te integreren, maar het is niet realistisch daar erg hoopvol over te zijn.

Welke conclusies kunnen we trekken?

In deze 21e eeuw is er geen behoefte aan politieke leiders die zich wel uitspreken voor een ambitieuze aanpak van de klimaatproblematiek – dat als de grote uitdaging van deze eeuw beschouwen en met veel retoriek aangeven zich bewust te zijn van de grote risico’s die we met ons allen lopen – maar niet de leiderschapskwaliteiten hebben om tot adequate besluitvorming te komen. Men is zich bewust van de gevaren voor de veiligheid en de economie en de gevolgen van enorme droogte enerzijds en een stijgende zeespiegel anderzijds, maar doet er nauwelijks iets aan. Er zijn gelukkig politici die deze tekortkomingen ook erkennen en zich generen voor hetgeen er (niet) bereikt is.

Het Akkoord van Kopenhagen is inderdaad een blamage voor de rijke landen. Het is beschamend dat er Europese leiders zijn die aangeven dat dit akkoord beter is dan geen akkoord, of zeggen het resultaat “jammer” te vinden. Er is geen enkele reden om blij te zijn met een niet-bindende overeenkomst en het zou van waarachtigheid getuigen als men toegaf het schaamrood op de kaken te hebben. Het getuigt geenszins van realisme en van verstandig en economisch verantwoord beleid om dit een eerste stap in de goede richting te noemen. Dat getuigt slechts van gebrek aan visie, moed en karakter. Dit soort politiek leidersgedrag bevestigt het postdemocratische tijdperk waarin we leven, met alle risico’s van dien. Wellicht denken politieke leiders dat ze hun gezicht gered hebben, maar dat is dan hooguit hun schijngezicht. Dat is geen redding maar een beschamende schijnvertoning.

De Europese Unie wilde koploper zijn op het gebied van klimaatbeleid, maar is onderling verdeeld over de te nemen maatregelen. Zij is kennelijk niet in staat een rol van belangrijke betekenis te spelen. Een gebrek aan leiderschap. Politieke manoeuvres, zelfgenoegzaamheid, angst voor gezichts- en stemmenverlies en onderling wantrouwen voeren de boventoon. Dat zijn vijf aspecten van slecht leiderschap die genoeg zijn om besluiteloosheid, verlies aan geloofwaardigheid en het wantrouwen in de politiek en in politici te garanderen. Politici en politieke leiders – de goeden onder hen niet te na gesproken – zijn hun schijngezicht inderdaad niet verloren, maar door Zelfverloochening zijn zijzelf en de burgers en hun kiezers de grote verliezers.

Wat willen we?

De wereld behoeft visionair leiderschap. Moedig, krachtig, besluitvaardig, integer en vooruitstrevend leiderschap. En ondernemend leiderschap, op basis van geanalyseerde en erkende, bewust te nemen of te vermijden risico’s. De politicus die uit het goede hout is gesneden is niet bang voor kritiek en gaat inhoudelijk een dialoog, discussie en een debat aan. Die denkt niet in eigen gelijk, zonder open te staan voor verbetering, vernieuwing en andersdenkenden. De ware politicus investeert in zelfkennis, zelfreflectie en zelfinzicht en in effectief luisteren naar de ander. Die probeert niet – gevoed door zijn/haar oneigenlijke honger naar individuele macht – op een goedkope, vrijwel inhoudsloze en oneigenlijke manier in te spelen op de onzekerheid, onwetendheid en emoties van de potentiële kiezers. De integere, waarachtige politicus verkrijgt diens macht door het algemeen belang voorop, en dus boven het individuele en het partijbelang, te stellen. Die stelt luisteren en waarheidsbevinding voorop. Die biedt weerstand tegen de onthechting, tegen de respectloosheid, tegen het toenemende verbale en non-verbale geweld en tegen het regeren van de leugen.

Laten die politici van zich laten horen. Ik uit in dit artikel mijn kritiek op politici en politieke leiders. Ik ben daarin niet de enige. Ook anderen en politici zelf verwoorden hun kritiek in de diverse media. Maar dat neemt niet af dat ik respect heb voor die politici die met heel veel inzet en professionaliteit zich inspannen voor een betere wereld. Integendeel. Dit artikel wil voor hen juist een steun in de rug zijn. Als we het kaf van het koren scheiden is er een betere oogst.

Naar aanleiding van de reacties en de klimaattop in Kopenhagen zal ik het artikel “De klimaattop in Kopenhagen: Een akkoord over 25 afspraken. Wat vind jij daarvan?” aanvullen en aanscherpen.

Ik zie je reacties op dit artikel heel graag tegemoet. Ik sta open voor verbeteringen, correcties en aanvullingen en hoop op een inhoudelijke dialoog.


Acties

Information

2 responses

21 12 2009
Erik van Erne, stichting Milieunet

Gisteren nog even naar de persconferentie geluisterd met meneer Ban Ki-moon en tot mijn verbazing alleen maar een volkomen onzinnige uitleg over het feit dat het complex is, dat de tijd te kort was (men is al jaren in overleg) en dat het er gewoon niet in zat, maar dat de conferentie toch een succes was omdat er is overlegd, omdat er is gesproken, omdat er toch vooruitgang is geboekt en als uitsmijter had Ban Ki-moon nog de mooie opmerking dat hij nu al optimistisch is over het resultaat van de volgende Top klimaatconferentie COP16.

Verschillende regeringsleiders met President Barack Obama voorop zien het niet bindende akkoord zelfs als een doorbraak zonder echt duidelijk te maken wat er dan doorbroken is. In elk geval niet het IK-denken. Het klimaat en de klimaatverandering gaat ons allemaal aan. Er zijn geen grenzen. De problemen zijn alleen op te lossen als belangrijke spelers in het klimaatdebat over het IK-denken heen stappen en over de eigen economische belangen heen durven te stappen. Het wordt hoog tijd voor een andere manier van denken, even anders tegen de zaken aankijken kan geen kwaad.

De G-77 is duidelijk: het slechtst denkbare akkoord: The Worst Development in Climate Change and History. Lijkt mij duidelijk. Lichtpuntje is dat er in 2010 verder wordt onderhandeld. Verwacht in december 2010 een soort of deal. Pas in 2011 COP17 of 2012 COP18 komt er echt een deal waar de wereld iets aan heeft. Politici durven nooit iets te besluiten, tenzij er natuurlijk een ramp is. http://tinyurl.com/yfhdema

23 12 2009
Wouter ter Heide.

Symptoombestrijding.

Bert-Jan, met belangstelling heb ik je evaluatie van de klimaattop in Kopenhagen gelezen. Graag leg ik je mijn kijk op de mislukking daarvan voor. Volgens mij is deze te wijten aan de suggestie die aan de top ten grondslag lag, namelijk dat ‘ons klimaat in een crisis verkeert’. Dit klopt slechts gedeeltelijk. De werkelijkheid is namelijk veel omvattender. Niet alleen ons klimaat, maar de gehele aarde – als levend organisme (Live Earth) – verkeert in een ernstige crisis, ofwel is doodziek. De opwarming van de aarde is daar een duidelijk symptoom van, maar slechts één van de vele.
De bestrijding van de opwarming – door vermindering van de CO2-uitstoot wereldwijd (Kyoto-verdrag) – is een stap in de goede richting, maar schiet schromelijk tekort. Voor het behoud van de aarde als ‘levend organisme’ is namelijk meer nodig dan symptoombestrijding. En wel het inzicht dat wij, als mensheid, niet boven die levende totaliteit staan maar er een onlosmakelijk deel van uitmaken. Het bijzondere is dat wij ons daar, als enig(!) levend wezen, nog bewust van zijn ook. In feite kun je dan ook stellen dat wij met elkaar het (giga-)brein vormen van dat levende (giga-)organisme, waarvan wij zo langzamerhand de werking tot in detail in kaart hebben gebracht, zowel letterlijk als figuurlijk.
Dankzij deze fenomenale kennis moeten wij, als mensheid, zo langzamerhand tot een adequate (nationale, partijpolitieke èn economische belangen overstijgende) mondiale of eendrachtige aanpak kunnen komen van de doodzieke aarde.
Voor de effectuering daarvan heb ik mijn hoop gevestigd op de Verenigde Naties. Voor het waarmaken daarvan zal onze volkerenorganisatie slechts omgebouwd moeten worden tot coördinerend wereldbrein van dat levende gigaorganisme. Geen onmogelijke opgave, omdat die broodnodige ombouw zijn beslag moet kunnen krijgen via een grondige reorganisatie van de VN. In het bijzonder moet daarbij worden gedacht aan de uitbouw van de Algemene Vergadering (AG) tot mondiaal beleidsorgaan met bovennationale bevoegdheden. Uiteraard zal daarvoor de ondemocratische (vetorecht!) Veiligheidsraad opgeheven moeten worden, met de gelijktijdige overheveling van zijn belangrijkste taak – de handhaving van de internationale vrede en veiligheid, oftewel ‘Het Algemeen Belang’ – naar de AG. Voor die ingrijpende reorganisatie is een algemene VN-conferentie ter herziening van het Handvest vereist, waartoe artikel 109 alle mogelijkheid biedt. Als VN-lid zou onze regering – bij monde van Maxime Verhagen – daar het initiatief toe kunnen nemen. Uiteraard onder druk van de Kamer, geen partij uitgezonderd. In plaats van zich te richten op de volgende klimaatconferentie, de COP16 in Mexico, wordt het dan ook tijd dat regering en parlement zich gezamenlijk gaan inzetten voor de broodnodige herziening van het VN-Handvest. Niet teveel gevraagd, omdat de herziening al in 1955(!) had moeten plaatsinden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s




%d bloggers op de volgende wijze: