De Klimaattop in Kopenhagen: Een Akkoord over 25 afspraken. Wat vind jij daarvan?

15 12 2009

Op dit moment is de grote klimaattop in Kopenhagen aan de gang over de reductie van broeikasgassen en over het verstrekken van geld voor arme landen die de gevolgen van klimaatverandering ondervinden. Delegaties uit ruim 190 landen zijn daar t/m 18 december bijeen. Dat resulteert niet in een nieuw en ambitieus klimaatverdrag, zoals oorspronkelijk de bedoeling was, maar in een akkoord. Dat akkoord is de opvolger van het sinds 1997 geldende Kyoto-protocol. Daarin werd afgesproken de uitstoot van CO2 in de periode 2008 – 2012 gemiddeld 5 procent te verminderen ten opzichte van 1990. Het verdrag werd in 2002 door de EU ondertekend en het trad in februari 2005 in werking, toen 55 landen het geratificeerd hadden. Over de uitstootvermindering na 2012 wordt nog onderhandeld. Het verdrag kende dus een lange weg. Wat betekent dit voor het akkoord in Kopenhagen? In dit artikel geef ik de volgende informatie die van belang is om grip te krijgen op de klimaatproblematiek:

1. Wat is er aan de hand? Welke klimaatproblemen zijn er?
2. De psychologie van de mens en de klimaatproblematiek
3. Wat voor akkoord komt er? Een akkoord met 25 afspraken!

Er is dus perspectief! Samen zetten we onze schouders eronder. Wat vind jij van de vijfentwintig afspraken en welke persoonlijke acties ga jij ondernemen?

1. Wat is er aan de hand? Welke klimaatproblemen zijn er?

Sinds het bestaan van de aarde zijn er verschillende klimaten geweest op aarde met hogere en lagere CO2-concentraties, verschillende zeespiegels en meer of minder ijs aan de poolcirkels. De mens had daar nauwelijks of geen invloed op. De klimaatbewegingen die nu optreden zijn al vaker en in veel sterkere mate opgetreden. Van 1945 tot 1975 nam de gemiddelde temperatuur af en van 1975 tot 2005 nam de gemiddelde temperatuur toe. De wetenschap worstelt met de klimaatproblematiek. In de jaren zeventig dacht men dat we naar een nieuwe ijstijd toegingen. Eind jaren negentig kwam men echter tot de overtuiging dat de aarde steeds warmer wordt. Door het verbranden van fossiele brandstoffen, ontbossing en bepaalde industriële en landbouwactiviteiten steeg de concentratie aan broeikasgassen in de aardatmosfeer. We staan kennelijk aan het begin van een langdurige periode van temperatuurstijging. De natuur kenmerkt zich door allerlei mechanismen die ervoor zorgen dat evenwicht zich herstelt en grote veranderingen worden gestabiliseerd. Die constatering, die ons respect voor de natuur alleen maar kan doen toenemen, betekent echter niet dat de mens maar zijn gang kan gaan. Temperatuurstijgingen van meer dan 2 °C kunnen grote veranderingen met zich meebrengen voor mens en milieu, door zeespiegelstijging, toename van droogte- en hitteperioden, extreme neerslag, overstromingen, tropische ziektes en voedseltekorten.

Wetenschappers geven daarom de noodzaak aan om de uitstoot van broeikasgassen drastisch te verminderen. Dat het warmer wordt is merkbaar. Met eigen ogen heb ik kunnen vaststellen dat gletsjers in Zwitserland nog maar een fractie zijn van de imposante gletsjers die ik in mijn jeugd zag. Men heeft waargenomen dat de ijsmassa zowel aan de Noord- als aan de Zuidpool afbrokkelt. De meeste wetenschappers zijn het met elkaar eens dat er redenen genoeg zijn om wereldwijd adequate maatregelen te nemen. Wetenschappelijk gezien zijn er wellicht nog veel onzekerheden, maar het is buiten kijf dat ook het menselijk handelen invloed heeft op het klimaat. Het is alleen al uit hoofde van preventie gerechtvaardigd en noodzakelijk om nu te handelen.

Sceptisme en wantrouwen

De sociologe Kari Marie Norgaard onderzocht voor de Wereldbank de reactie van de mens op de klimaatverandering. Ze kwam tot de conclusie dat vele mensen sceptisch zijn en veranderingen ontkennen. Het is de psychologische reactie op een gebeurtenis en/of omstandigheid, die door de mens als een bedreiging wordt ervaren.

Het klimaat wordt met name bepaald door de zonnestraling en de invloed van de mens daarop is slechts uiterst gering. De invloed van de zonne-energie is minstens tienmaal groter dan het gehele jaarlijkse energiegebruik in de gehele wereld. Vulkaanuitbarstingen komen niet veel meer voor, maar hebben als ze voorkomen veel invloed. Waterdamp is het broeikasgas met het grootste effect op het weer en het klimaat. Het zijn maar een paar voorbeelden. De aarde is dus wel wat meer omvattend dan het schepsel mens en vervolgt haar eigen proces. Wij kunnen ons nu wel als het belangrijkste schepsel op deze aarde beschouwen, maar wat meer bescheidenheid zou ons sieren. De mens zal zich hoe dan ook dienen aan te passen aan de natuurlijke omstandigheden en veranderingen die optreden. De mens probeert de natuur en de natuurlijke processen te begrijpen. Welke menselijke processen gaan dan een rol spelen?

Of een hogere temperatuur of een hogere CO2-concentratie nadelig is voor de aarde en haar bewoners is wetenschappelijk met de huidige klimaatmodellen niet vast te stellen. Oud vice-president Al Gore kreeg de Nobelprijs voor zijn film en presentaties van ‘An inconvenient truth’. Er zijn bestuurders die vinden dat Al Gore de opwarming van de aarde alleen maar heeft bedacht voor zijn eigen gewin. Steeds meer mensen worden sceptisch en beschouwen de kredietcrisis, de vaccinatiehype en al het gedoe rond de opwarming van de aarde als bangmakerij, met als doel de consument geld uit de zak te kloppen. Dit wantrouwen wordt in de hand gewerkt door de graai- en bonuscultuur, het gedrag van bepaalde multinationals en banken, de corruptie, de communicatie rond de WHO en de farmaceutische industrie, het uitblijven van een pandemie en door het gemanipuleer met data door wetenschappers. De discussie wordt door dit alles enorm vertroebeld. Vanuit verschillende invalshoeken wordt er anders naar de klimaatproblematiek gekeken. Klimatologen verwachten dat de aarde opwarmt en geologen voorspellen een nieuwe ijstijd. Over 15.000 à 20.000 jaar wordt een nieuwe ijstijd verwacht. De zeespiegel daalt tientallen meters, de Noordzee is dan grotendeels bedekt met ijs en sneeuw en de poolkappen zijn dan veel groter dan nu. Als wetenschappers er al niet uitkomen, wat moeten leken en politici er dan van denken?

De rol en de betrokkenheid van de mens

Klimaatveranderingen zijn niet uitsluitend toe te schrijven aan natuurverschijnselen. Ook al heeft de mens slechts een beperkte invloed op het klimaat, de roofbouw die de mens pleegt op de natuurlijke grondstoffen en het milieu en het oneigenlijke menselijke gedrag, hebben wel degelijk zeer negatieve, schadelijke effecten op het natuurlijk evenwicht. Wetenschappers zijn het er wel met elkaar over eens, dat het verstandig is om duurzaam met de grondstoffen der aarde om te gaan, maar voor dat inzicht hoef je niet gestudeerd te hebben.

China en India zijn mogendheden in opkomst, maar zijn wellicht deels nog tot de ontwikkelingslanden te rekenen. Als de mensen daar net zo om zullen gaan met energie als wij in het rijke westen dan zullen de beschikbare brandstoffen snel opgebruikt zijn. Het mechanisme van vraag en aanbod geldt ook hier, dus de prijsstijgingen zullen het toepassen van zonne-, wind- en waterenergie wel doen toenemen. China investeert veel in wind- en zonne-energie en in waterdamprojecten. Zij is verantwoordelijk voor de meeste uitstoot van broeikasgassen. China wil er in de periode tot 2020 voor zorgen dat de groei van de uitstoot vermindert.

Onderzoeksbureau Nielsen en de Oxford Universiteit deed onderzoek onder 27.000 internetters, verspreid over 54 landen. Daaruit blijkt dat 37 procent zich druk maakt over de klimaatverandering. In de VS is dit maar 25%. In China 36%. Op de Filipijnen, dat te maken had met diverse orkanen die veel schade veroorzaakten, is het percentage 78%. Duurzame ondernemers hebben geen hoge verwachtingen van de klimaattop in Kopenhagen, zo blijkt uit de Duurzaamheidbarometer van accountants- en adviesorganisatie PricewaterhouseCoopers (PwC). Dat is een signaal. Vele tientallen duizenden mensen demonstreren in diverse Europese steden ten behoeve van een krachtig akkoord in Kopenhagen. Ook dat is een signaal. Mensen kijken dus verschillend tegen de problematiek aan en zijn meer of minder betrokken.

2. De psychologie van de mens en de klimaatproblematiek

We zijn mijns inziens in staat om bedreigingen volledig te ontkennen of te verdringen. We willen er dan niet over nadenken en willen het niet voelen of ervaren. We beschermen ons tegen onwelgevallige informatie met beschermings- en afweermechanismen, omdat we niet geconfronteerd willen worden met ons geweten, onze verantwoordelijkheid, nalatigheid, schuldgevoelens en tekortkomingen van welk aard dan ook. Ook gevoelens van en gedachten omtrent onmacht maken dat men zich afsluit voor de problematiek. Als men denkt dat er geen grip mogelijk is op de problematiek en die als onoplosbaar beschouwt dan legt men die naast zich neer en “hoopt er maar het beste van”.

De grootste hobbels tijdens onderhandelingen zijn: Wantrouwen, het eigenbelang voorop stellen en het wijzen naar de ander. Het ene land vindt het andere niet democratisch genoeg, een ander wil eerst de problemen in eigen land oplossen, men stelt vooraf allerlei eisen aan elkaar en men wantrouwt elkaar of men de afspraken wel nakomt. De ontwikkelingslanden zijn door ervaring wijs geworden, want de rijke landen beloofden van alles en nog wat, maar kwamen en komen hun beloftes niet na. Klimaatverbetering komt alleen tot stand als men eerst het overlegklimaat verbetert.

Tijd en geld wordt verspild, ten behoeve van individuele egotripperij en (inter)nationale, politieke windowdressing en ten koste van de wereld waarin wij mogen leven. De goeden uiteraard niet te na gesproken. De discussie en het debat worden, alle goede bedoelingen ten spijt, vaak gevoed door individueel en collectief eigenbelang, oneigenlijke machtswil en de drang naar eigen gelijk. Dus door menselijk schijngedrag en voelen en denken.

Het menselijke aandeel in de klimaatproblematiek wordt in diepste zin veroorzaakt door de psychologie van de mens. Op basis van studie, praktijk- en levenservaring ontwikkelde ik een mensmodel en een methodiek, waarin ik de oorzaken en oplossingen op het gebied van levensbeschouwing en de psychologie van de mens aangeef. Ik introduceerde de bewustwordingspsychologie en het daarop gebaseerde bewustwordingsmanagement en legde dat o.a. vast in het lees-, studie- en werkboek “De mens in de 21e eeuw”. Door kennis te nemen daarvan worden individuele en collectieve, zowel nationale als internationale, doelstellingen beter, eerder, goedkoper en effectiever gerealiseerd. Ten voordele van ons allen.

3. Wat voor akkoord komt er? Een akkoord met 25 afspraken!

De laatste berichten geven aan dat over een akkoord moeizaam vooruitgang wordt geboekt. De onderhandelingen leveren weinig op en de arme landen hebben die zelfs al stilgelegd. Het ontbreekt aan de politieke wil en aan commitment om tot overeenstemming te komen over de vele geschilpunten. Dat resulteert wellicht straks in een akkoord op een paar hoofdpunten, waarmee we niet in staat zijn om de klimaatveranderingen te beheersen en de noodzakelijke veiligheid te garanderen. Minister Cramer gaf aan dat er veel onenigheid is over ofwel het behouden, overboord gooien of uitbreiden van het Kyoto-protocol, dat in 2012 afloopt. “Iedereen staat erg op zijn strepen en als het zo doorgaat, dan gaat het niet goed.” De media worden veelvuldig gebruikt en misbruikt om zichzelf te profileren. De buitenwereld moet straks geloven dat ze hun uiterste best hebben gedaan en dit het best haalbare resultaat was.
Elkaar de schuld in de schoenen schuiven is zinloos en bevestigt mijn psychologische en levensbeschouwelijke visie op en analyse van de klimaatproblematiek. Het is verwerpelijk als de onderhandelaars ervoor kiezen de problemen voor zich uit te schuiven, of als er wat vrijblijvende beloftes worden gedaan, zonder concrete afspraken, die vervolgens niet worden nagekomen.

Zowel overheden als het bedrijfsleven dienen maatregelen te nemen en ook de burger heeft een individuele verantwoordelijkheid. Ik stel de volgende vijfentwintig afspraken voor:

01. Er worden ambitieuze en juridisch bindende doelstellingen geformuleerd en consequenties gesteld, indien men de gemaakte afspraken niet nakomt

02. Er worden wereldwijd harde toezeggingen gedaan om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen

03. De gevolgen voor de uitstoot van broeikasgassen die producten, diensten, sporten en handelingen van mensen hebben, worden zichtbaar gemaakt en vastgelegd

04. De oneigenlijke effecten van de handel in CO2-rechten worden in kaart gebracht en er worden wereldwijd afspraken gemaakt over het opheffen daarvan

05. Het gebruik van fossiele brandstoffen wordt geminimaliseerd

06. Er worden goede en concrete afspraken gemaakt omtrent het stopzetten van de ontbossing

07. Er wordt niet geïnvesteerd in kolencentrales

08. Het opslaan van CO2 onder de grond kost veel energie en de veiligheid ervan is discutabel. Er worden geen experimenten in een bewoonde omgeving uitgevoerd. De opslag van CO2 is geen adequate oplossing van de klimaatproblematiek

09. Er worden wereldwijd projecten opgestart voor investeringen in duurzaamheid, zoals windturbines en zonnepanelen

10. Nieuwe technologie wordt ontwikkeld en er wordt optimaal gebruik gemaakt van de aanwezige duurzame energie

11. Duurzaamheid wordt een integraal onderdeel van de (lange termijn)strategie, het beleid en de doelstellingen van organisaties. Duurzaamheid kan een concurrentievoordeel opleveren. Organisaties kunnen zich ermee onderscheiden en het kan zeker op de langere termijn een positieve invloed hebben op de economische waarde van het bedrijf

12. Er worden projecten opgestart ter bevordering van de bewustwording omtrent de schaarste aan middelen en onze plicht die duurzaam en zo doelmatig, effectief en efficiënt te gebruiken

13. Door voorlichtingscampagnes worden consumenten bewust gemaakt van hun aandeel in de uitstoot van broeikasgassen. Het eten van minder vlees en minder groenten uit de kas wordt bevorderd, het vliegen wordt ontmoedigd, het kopen van zuiniger auto’s en het isoleren van woningen wordt gestimuleerd. Het verspillen van water wordt tegen gegaan en verminderen van het gebruik van elektriciteit en het toepassen van duurzame energie wordt bevorderd

14. Op aarde zijn er vier grote CO2 reservoirs: De zee, de atmosfeer, de vegetatie en het land. De klimaatmodellen houden met alle vier rekening. Op meerdere plaatsen worden metingen verricht. De invloed van de zonnestraling, kosmische straling, de vegetatie en gesteenten worden meegenomen in de klimaatmodellen

15. Er worden wetenschappelijke onderzoeksprojecten opgezet waar wetenschappers van diverse disciplines in een gezamenlijke dialoog diepgaand multidisciplinair onderzoek doen naar oorzaken en oplossingen van de klimaatproblematiek

16. Alle aansprakelijke landen en partijen erkennen hun aansprakelijkheid en aanvaarden de consequenties daarvan

17. Energiewinning en energiebevoorrading is van dusdanig mondiaal belang dat die niet geprivatiseerd dient te zijn. Gebleken is dat geprivatiseerde ondernemingen in de eerste plaats en voornamelijk aan hun aandeelhouders denken. Het gevolg daarvan is dat consumenten teveel betalen voor energie en dat levering van energie niet altijd gegarandeerd is. Energieopwekking en energiebevoorrading wordt genationaliseerd en liefst zoveel mogelijk geïnternationaliseerd

18. In het kader van “de vervuiler betaalt” wordt wereldwijd een forse milieubelasting geheven op vuurwerk. Dat geld wordt gebruikt voor energiebesparende projecten

19. Jongeren worden meer bij de verdere besluitvorming en uitvoering van projecten betrokken. Zij zijn immers de klimaatgeneratie die de consequenties van beslissingen die nu worden genomen zullen ervaren

20. Rijke landen stoten jaarlijks minder broeikasgassen uit en komen tot een reductie in 2020 van minstens 40%. Voor de ontwikkelingslanden is dit 30 procent

21. De klimaattop levert 7 miljard euro aan startfinanciering op. Tussen 2013 en 2020 krijgen ontwikkelingslanden nog meer geld, oplopend tot 100 miljard euro in 2020. De Eurotop zegt voor de komende drie jaar 7,2 miljard euro klimaatsteun toe aan ontwikkelingslanden. Dit is nieuw geld en niet afkomstig uit bestaande budgetten voor ontwikkelingssamenwerking

22. Ontwikkelingslanden leveren naar draagkracht een bijdrage aan de reductie van broeikasgassen

23. Nederland biedt ontwikkelingslanden vanaf 2010 gedurende drie achtereenvolgende jaren 100 miljoen euro om zich voor te bereiden op veranderingen door de klimaatverandering, zoals studies naar ophoging van dijken. Alle europese landen geven een bijdrage. Elk naar draagkracht

24. Nederland bouwt windparken in de Noordzee. Er worden projecten opgestart om van Nederland een duurzame kennis-, inzicht- en toepassingseconomie te maken. Wereldwijd worden projecten opgestart om tot een duurzame economie te komen

25. Men neemt kennis van de bewustwordingspsychologie en het daarop gebaseerde bewustwordingsmanagement. Er worden multidisciplinaire projecten opgestart ter realisatie van de mensenrechten en de millenniumdoelen, waarvan de klimaatdoelstellingen als onderdeel worden beschouwd.

Het is natuurlijk niet moeilijk om bovengenoemde afspraken als naïef, utopisch of niet-realistisch af te doen. Wij mensen zijn als schepsels tot zeer veel in staat. Dat hebben wij sinds onze komst hier op aarde bewezen. Wij zijn in staat tot het maken van wereldwonderen, te komen tot wederopbouw en herstel. Er is perspectief! Samen zetten we onze schouders eronder. Bovengenoemde lijst is beslist voor verbetering en aanvulling vatbaar. Kom daar s.v.p. mee. Reageer s.v.p. op dit artikel, verwijs ernaar en ga er dialogen en groepsgesprekken over aan. In verbondenheid komen we tot realisatie van doelstellingen. Wat vind jij van de vijfentwintig afspraken en welke persoonlijke acties ga jij ondernemen?


Acties

Information

9 responses

16 12 2009
Erik van Erne, stichting Milieunet

Tja, wat zal ik er van zeggen. Geweldig, zo zou het ongeveer moeten gaan. Ik schreef het al eens eerder Als ik een Tovenaar: http://tinyurl.com/ybsc2n5

16 12 2009
Wouter ter Heide.

Met jou ben ik het eens Bert-Jan dat wij, als mensheid, tot zeer veel in staat zijn. Om onze energie te bundelen schieten de vijfentwintig afspraken echter fundamenteel tekort, alle goede bedoelingen ten spijt. Om – ‘als mensheid‘ – gezamenlijk de schouders te zetten onder de problemen waarvoor wij met elkaar staan, zullen wij het namelijk primair eens moeten worden over een levensovertuiging die tweespalt uitsluit. Dus die religieus noch ideologisch van aard is en daardoor voor niemand een bedreiging vormt.
Wat dat betreft valt te denken aan de Gaia-hypothese. De gedachte van onze planeet als één levend (oer-)organisme is, waar de mens niet boven staat maar deel van is. Een deelgenootschap waar hij ‘als enig levend wezen’ nog weet van heeft ook. Wat impliceert dat wij, als mensheid, gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de instandhouding van die levende totaliteit. Niet alleen in ons eigen belang, maar met name in dat van onze eerste zorg, ons nageslacht.
Op de klimaattop nu zou uitgetest kunnen worden of de Gaia-hypothese voldoende draagkracht heeft in de wereld, zodat in Kopenhagen de kiem kan worden gelegd voor een daarop gestoeld wereldbeleid. Daarvoor zal deze gedachte wel eerst ingebracht moeten worden op de klimaattop. Als machtigste man van de wereld ligt hier voor Barack Obama een taak weggelegd. Met het oppikken daarvan aanstaande vrijdag slaat hij drie vliegen in één klap.
Allereerst geeft hij daarmee richting aan zijn ‘call to action’. De oproep die hij deed bij de uitreiking van de Nobelprijs voor de Vrede om gezamenlijk in actie te komen, omdat geen enkel land de mondiale problemen in zijn eentje kan oplossen. Tegelijkertijd zorgt hij voor een keerpunt in de klimaatdiscussie door deze op een totaal andere leest te schoeien. Een leest die niet wordt gemodelleerd om CO2- reductie maar om de Gaia-hypothese. Als klap op de vuurpijl geeft hij daarmee invulling aan zijn Nobelprijs voor de Vrede.

17 12 2009
Else Boutkan
17 12 2009
Else Boutkan

Beste Bert-Jan,

Goed zoals jij het altijd zo zorgvuldig, compleet en gepassioneerd weet te omschrijven. En dank je dat je de moeite neemt om dat te doen. Daarmee doe je al iets heel belangrijks in aanvulling op het door jou voorgestelde beleid (wat prima voorstellen zijn!). Je laat als medeburger, als medebewoner van deze aarde zien dat het jou iets kan schelen. Velen doen dit momenteel, via collectieve petities etc. Wij (ik voel me zeker onderdeel van deze groep) laten hiermee horen dat we een bepaald beleid willen. Er zijn verschillende invullingen voor dit beleid, maar de collectieve roep is duidelijk.

Voor mij zit in deze, ik noem het maar ‘bottom-up’ beweging een grote uitdaging. Naast roep om beleid zou deze groep ook over kunnen gaan tot concrete maatregelen. Er zijn zoveel mogelijkheden. Ieder persoon die om beleid vraagt is ook een consument. De mensen hebben mogelijk functies binnen bedrijven, ze zijn inkoper, hebben management functies, werken met materialen. Bij elke functie komt duurzaamheid en klimaat om de hoek kijken. Ook voor mensen in het onderwijs is een taak weggelegd.
Het lastige is dat al die mensen nu nog denken dat ze er in hun eentje voor staan. Uitdaging is om die collectieve roep om een beter klimaatbeleid ook om te zetten tot een collectieve actie binnen de eigen circle of influence.

En tot slot en aansluitend hierop: wat ga ik persoonlijk doen?
Ten eerste ga ik door met mijn eigen persoonlijke inspanningen die ik al doe: energiebesparen, nadenken over vervoer, een duurzame consument zijn. Lukt dit allemaal? Ik doe mijn best, het kan altijd beter. Ik ben ook van plan om mijn persoonlijke overwegingen en frustraties te delen met anderen. Mijn dilemma’s en frustraties zijn even belangrijke lessen als mijn successen op dit vlak. En ik kan natuurlijk veel van andere leren.

En daarnaast ben ik ook ondernemer en adviseur. Ik begeleid individuele bedrijven en organisaties in hun stappen naar een beter klimaatbeleid. Komend jaar ben ik van plan dit op een andere manier te gaan doen, zodat ik veel meer organisaties op een laagdrempelige manier kan bereiken. En ik wil me dan specifiek toeleggen op gedragsverandering bij de medewerkers (waarmee ze gelijk als consument en in hun thuissituatie bereikt worden) en de faciliterende maatregelen die het bedrijf/organisatie kan bieden. Kortom: ik wil veel gaan bereiken, juist op dat vlak waar geen beleid nodig is. Bottom-up.

17 12 2009
Dirk van de Glind

Beste Bert-Jan,

Het is veel en goed wat je schrijft – voor zover ik dat kan bekijken. Belangrijk lijkt me dat iedereen op zijn eigen plek datgene doet wat hij/zij kan doen. De reactie van Else Boutkan spreekt me daarom ook erg aan. Eerlijk gezegd ben ik huiverig voor veel woorden en enigszins sceptisch t.a.v. accoorden en manifesten met reeksen handtekeningen. Maar probeer op mijn eigen plek een bijdrage te leveren aan wat meer verdraagzaamheid en kansen voor mensen en de wereld waarop wij wonen. ‘Het is beter een kaars aan te steken dan de duisternis te vervloeken.’

Hartelijke groet,
Dirk

17 12 2009
PvdS

Beste Bert-Jan,
Mooi verhaal. Je toont in je analyse dat je jezelf niet helemaal gek laat maken door de waan van de dag. Dat nodigt uit tot een gesprek. Zoveel heb je dus al bereikt. Heel goed!
Wat ik echter niet begrijp, is dat je vijfentwintig afspraken voorstelt die de rol van de mens in de opwarming van de aarde moet reduceren. Dat terwijl je constateert dat de bijdrage van de mens waarschijnlijk gering is. Je maakt daar dus een reuzenstap die ik niet helemaal volg.
Maar dat terzijde want persoonlijk vind ik -samen met jou, lees ik- dat er nog 1001 andere redenen zijn om eindelijk eens samen een eind te maken aan de roofbouw op onze planeet. Een aantal van jouw 25 voorstellen lijken mij heel verstandige afspraken.
Er zijn er echter drie waarbij ik bij het lezen ervan met de ogen ga rollen (geen goed teken). Die wil ik er even uit lichten.
Punt 13. Publiciteitscampagnes waarbij mensen bewust worden gemaakt van hun rol in de uitstoot van broeikasgassen. Alsjeblieft niet zeg! Nog meer gesubsidieerde verkooppraatjes van lieden die ons willen laten geloven dat we de wereld redden door iets te kopen, geld over te maken naar een gironummer of te stemmen op de zoveelste ambitieuze regent met megalomane milieuplannen. Dat is allemaal al geprobeerd en heeft enkel geleid tot het publieke wantrouwen dat jij hierboven zo treffend beschrijft.
Mijn voorstel is dat we dat soort flauwekul een halt toeroepen. Wie een product of een praatje te verkopen heeft, doet dat maar in zijn eigen (zend)tijd en op eigen kosten. In Nederland hebben we daar twee uitstekende podia voor Postbus 51 en de reclamezendtijd. Daar moeten we het vooral bij houden.
Wat ik een beter idee vind, is investeren in pluriformiteit van de nieuwsmedia. Dat stimuleert het publieke debat en scherpt de geest. Dat mis ik in het klimaatdebat. Het zijn steeds dezelfde opinieleiders die aan het woord komen en steeds dezelfde persberichten die duizendmaal worden overgeschreven.
Dan is er nog een ander punt waar ik zeker niet in meega. Punt nr. 19. Het is hip om jongeren maar aan het woord te laten. Wat ik nu ga zeggen is dus beslist niet politiek correct. Maar spreek jij wel eens met jongeren?… God verhoede dat die iets in de pap te brokken krijgen! Jongeren lijden aan chronische zelfoverschatting, zijn onverzadigbaar en immer dronken van overmoed. Dat is iets van alle tijden en heeft gewoon met hormonen te maken. Maar in een tijdgewricht dat schreeuwt om moderatie, consuminderen dus, zijn dat de eigenschappen die je het minst kunt gebruiken om een nieuwe koers uit te zetten.
Laat ze dus alsjeblieft met buiten staan. Laat ze drinken en in het hooi rollen, maar geef onze puppy´s geen interruptiemicrofoon want al wat je te horen krijgt, zijn de stemmen van hun baasjes die ze vanachter de coulissen worst toewerpen. Politici, ontwikkelings- en milieuorganisaties bedienen zich tegenwoordig maar al te graag van narcistische, praatzieke jongeren als goedkoop voetvolk. Voor bier, snoepreisjes en een aai over de bol waaien onze kids met alle winden mee.
Wie met jeugd wil praten zou een uitzondering kunnen maken voor jongeren die in schaarste opgroeien. Die moeten noodgedwongen eerder verantwoordelijkheid nemen (voor familie) en worden veel sneller volwassen. Als je dus persé met jonge mensen in dialoog wil gaan, spreek dan met tieners en twintigers in ontwikkelingslanden.
Voor zover dat nu al gebeurt, wordt vooral gesproken met ´rich kids´die zijn opgegroeid als onze Westerse jeugd. Dat zijn geen geschikte gesprekspartner want ze puberen, net als ´onze´ jongeren , tot ze dertig zijn en zelf kinderen op de wereld gaan zetten.
Een tienermoeder uit een sloppenwijk in, laten we zeggen, Dhaka daarentegen heeft een heel andere kijk op de wereld. De kans is alleen wel heel groot dat die geen boodschap heeft aan klimaatproblematiek. Die koestert vooral heel veel nijd tegenover mensen in grote Four-wheel-drives die hun vlaggetjes komen planten en weer wegrijden. Als ze al open en eerlijk met je wil praten, dan heb je geen leuk gesprek, vrees ik.
Een campagne op haar loslaten om haar te vertellen wat haar ecologische voetafdruk bepaalt dan maar? Of misschien toch zelf maar de fiets pakken en het arme kind met rust laten? Zo kom ik op het laatste punt van kritiek op jouw voorstel, nr 22.
Je stelt voor om ontwikkelingslanden naar draagkracht te laten bijdragen aan de reductie van broeikasgassen. Ik zou zeggen, laat ze met rust. Dit is een mooie gelegenheid voor herverdeling van welvaart. Ontwikkelingslanden moeten zich niet te druk maken over reduceren van hun uitstoot. Ontwikkelingslanden moeten ontwikkelen. Laat die tienermoeder in Dhaka lekker haar koeiendrek stoken om chapati’s te bakken voor de markt. Zij is het probleem niet. Een goudvis in jouw of mijn huiskamer heeft waarschijnlijk een grotere ecologische voetafdruk. Jij en ik moeten het met minder doen, ook anders, maar vooral minder… Zo, en nu aan jou de schone taak om dat aan je kinderen uit te leggen 😉 Succes!…

18 12 2009
Bert-Jan van der Mieden

Reactie op reacties artikel over klimaattop

Bedankt voor alle reacties die ik mocht ontvangen. Een reflectie mijnerzijds voeg ik er graag aan toe. Wouter wijst ons terecht op de eenheid van onze samenleving, waar wij een deel van zijn. Het is zeker de moeite waard zijn opvattingen en ideeën te herlezen en te overwegen. Dirk geeft terecht het belang aan dat ieder op diens eigen plek een eigen bijdrage levert aan. Een van de doelstellingen van mijn artikel is om mensen te stimuleren daar inhoud aan te geven. In zijn werk als docent levensbeschouwing levert Dirk een bijdrage aan meer verdraagzaamheid en kansen voor zijn medemens. Als we allemaal op onze eigen manier een kaars aansteken dan wordt de duisternis verlicht.

Else geeft een waardevolle aanvulling door de individuele “bottom-upbeweging” te concretiseren met voorbeelden. We kunnen zowel in leven, wonen als werken onze individuele en collectieve bijdrage leveren. Mooi te ontdekken dat we in zekere zin collegae van elkaar zijn, als het gaat om het bewerkstelligen van een gedragsverandering in organisaties. Ze wijst op diverse initiatieven die individuen ondersteunen in hun idealen en acties. De multidisciplinaire werkconferenties beogen dat ook. Het is bemoedigend om te constateren dat men op diverse Ministeries open staat voor multidisciplinaire samenwerking.

PvdS vraagt zich af waarom ik 25 afspraken voorstel die de rol van de mens in de opwarming van de aarde wil reduceren, terwijl ik tevens constateer dat de bijdrage van de mens gering is. Het doel van mijn artikel is de mens er van bewust te maken dat we enerzijds bescheiden dienen te zijn ten aanzien van onze invloed, maar dat we binnen dat gegeven ons meer bewust dienen te zijn van onze individuele en collectieve verantwoordelijkheid voor de manier waarop wij met de aarde omgaan. In de 25 afspraken geef ik aan wat we individueel en collectief zouden kunnen doen. Ik wil de schadelijke rol van de mens reduceren, maar de constructieve rol vergroten.

PvdS is het niet eens met mijn publiciteitscampagnes ten behoeve van de bewustwording omtrent deze problematiek. Ik kan me bij zijn voorbeelden wel wat voorstellen. Velen zijn teleurgesteld in campagnes en acties waar ze “kaf onder het koren” waarnemen; schijnmotieven, oneigenlijke eigenbelangen die een rol spelen en andere zaken die ten koste gaan van de goede zaak. Dat maakt mensen terecht wantrouwig. Mensen beseffen ook dat we de problematiek niet kunnen “afkopen” met een geldelijke bijdrage. Maar laten we voorzichtig zijn met ons oordeel. Er zijn mensen die tot hun uiterst kunnen gaan door wat geld te stoppen in een collectebus. Niet alles is “windowdressing” of een vorm van “afkopen”. Er is veel machteloosheid, die ik op mijn manier tracht te doorbreken. Ik ben ervan overtuigd dat er niet genoeg campagnes gevoerd kunnen worden die de bewustwording van mensen bevorderen. Dat is het doel van mijn blog en mijn boek en mijn tweets op twitter. We kunnen elkaar bemoedigen en inspireren en samen proberen wat wijzer te worden.

PvdS is het vervolgens niet eens met mijn oproep meer jongeren bij de besluitvorming te betrekken. Ik geef elk jaar een paar gastlessen op een middelbare school en ontmoet ook andere jongeren, tussen de twintig en de dertig jaar. Ik kan me niet vinden in het eenzijdige beeld dat hier over jongeren wordt schetst. O, zeker, het is een deel van de realiteit, net zoals er een realistisch beeld kan worden geschetst van het oneigenlijke gedrag van Christenen, Hollandse hangjongeren, corrupte, onfatsoenlijke en respectloze Nederlanders, om maar eens wat andere voorbeelden te noemen dan die meestal in de media worden genoemd. Maar ik ken ook fantastische jongeren, vol idealen: idealistische realisten / realistische idealisten die hun verantwoordelijkheid nemen voor een betere wereld. Een minderheid? Van mijn part, maar dan is er des te meer reden om daar heel zuinig op te zijn en ze te koesteren. Net zoals die Marokkaanse en Turkse jongeren, de moslims en de voetbalfans, om maar eens wat voorbeelden te noemen die de media halen, die er iets moois van willen maken. Ze zijn er! Aanpakken dat oneigenlijke gedrag – van wie dan ook – maar koester de lichtbengers. In de oproep om met jongeren en ouderen uit ontwikkelingslanden te praten kan ik me uiteraard geheel vinden.

Tenslotte kan P zich niet vinden in mijn oproep om de ontwikkelingslanden hun bijdrage te laten leveren. “laat ze met rust”. Helemaal eens dat herverdeling van welvaart – en welzijn voeg ik daar graag aan toe – noodzakelijk en gewenst is. Helemaal eens met de noodzaak dat zij zich ontwikkelen. Maar ook de ontwikkelingslanden kennen schijngedrag en maken oneigenlijke bewegingen. De ontwikkelde landen hebben het recht niet ze te infantiliseren en te komen aan hun eigen verantwoordelijkheid. Wij kunnen hier tevens nog heel veel leren van hun cultuur en wijsheid. De ontwikkelingshulp dient anders te worden ingericht en anders te worden gegeven. Het is te hopen dat geen enkel land elkaar met rust laat, in die zin dat we een wereld creëren met veel meer en intensievere, respectvolle onderlinge uitwisseling. Ik spreek er graag nog eens over met P. in een van de globaliseringcentra. Op 21 juli 2014 open ik graag het eerste centrum en liefst veel eerder. Op dit moment kunnen we in ieder geval de dialoog met elkaar aangaan en vervolgen. Bedankt eenieder voor de moeite die hij/zij genomen heeft en neemt om bij te dragen aan deze dialoog.

18 12 2009
John van der Hoek

Beste Bert – Jan,

Met grote belangstelling heb ik jouw artikel gelezen over de ontwikkelingen rond het klimaat en de top in Kopenhagen. Ook met veel belangstelling kennis genomen van de diverse reacties. Over één ding zijn we het eens. Er zullen snel ingrijpende maatregelen noodzakelijk zijn om de doelstelling te halen welke klimaatdeskundigen aangeven tw. de stijging van de wereld temperatuur te maximeren op 2 graden in 2020, daarna zullen de effecten merkbaar moeten worden van de vermindering van CO2 uitstoot. Om deze doelstelling te halen zijn mondiaal maatregelen nodig die ieder mens op de huid zal voelen.
Wij, rijke westerlingen, kunnen ons niet verschuilen achter cosmetische oplossingen om ons eigen geweten te sussen. Tenslotte dragen de rijke industrie landen al ruim 150 jaar bij aan het CO2 probleem. Het is hypocriet om te stellen de opkomende landen hun groei ambities moeten bijstellen om tot een klimaat oplossing te komen. Als wij menen dat de verworven luxe een verworven recht is, dan geldt dat voor allen bewoners op deze planeet.

Dat is precies het dilemma waar de hele discussie over dit probleem gaat. In de samenhang met de beschikbare grondstoffen , energie en voedselproductie is ons levenspeil geen mondiaal referentie kader. Zeker als je het gegeven erbij betrekt, dat 20% van de wereld bevolking 80% van alle beschikbare middelen gebruikt. Willen wij dit niveau handhaven voor de gehele wereldbevolking dan hebben we 6 planeten nodig.

Kort gezegd kan ik de eerdere stellingen van herverdeling alle middelen geheel onderschrijven, maar daarbij mij realiserend dat wij dan terug zouden moeten naar veel lagere levensstandaard. Als onze leiders deze boodschap na de klimaattop zouden afgeven dan zouden de klimaatsceptici een nog grotere meerderheid krijgen.

Dus ik ben voorstander van een pragmatische aanpak waarbij initiatieven van burgers en particuliere ondernemingen door de overheid worden gestimuleerd. Er zijn nml. veel technische middelen voorhanden om de CO 2 uitstoot grootschalig aan te pakken. Begin met het maken van gebouwen klimaat neutraal. Laten overheden en lagere overheden hun wetgeving en verordeningen beter op elkaar afstemmen. Geen gezeur bv. van de schoonheidscommissie die het plaatsen van zonnecollectoren tegenhoudt!

Het is nu eenmaal en psychologisch gegeven als ca. 20% van de bevolking duurzaam wordt dit de twijfelaars en sceptici zal overhalen mee te doen in de verduurzaming van onze levenswijze.

Ik ben optimistisch gestemd als ik lees en hoor hoeveel projecten en ideeen worden gelanceerd die zoveel goede kansen kunnen maken om bij te dragen aan lagere CO 2 uitstoot. De mens kan dan wel uit zijn op eigen belang, maar als de nood hoog is kunnen er ook mooie vormen van samenwerking en solidariteit ontstaan en vergeet niet wij zijn eindeloos creatief. Laten wij dankbaar zijn wij ook deze middelen van onze Schepper hebben meegekregen om deze immens grote problemen aan te pakken. Maar wij moeten het vooral zelf willen.

Bedankt voor je goede aanzet voor deze discussie.

Hartelijke groeten,
John van der Hoek

19 12 2009
Bert-Jan van der Mieden

John, bedankt voor deze uitvoerige reactie. Je wijst hier op een heel belangrijk punt, namelijk dat wij, als bewoners van de rijke landen, de 20% zijn die 80% van de beschikbare middelen gebruiken. We kunnen heel wat onnodige luxe en verspilling reduceren en ons daartoe verplichten en onze voetafdruk veel kleiner maken. Naar aanleiding van de reacties die binnenkomen zal ik de door mij genoemde afspraken aanscherpen, bijstellen en zonodig uitbreiden. Initiatieven van burgers op het gebied van duurzaamheid dienen te worden gesteund en gestimuleerd. Gebouwen en woningen kunnen zoveel mogelijk klimaatneutraal gemaakt worden. Wetten, regels en procedures kunnen op elkaar worden afgestemd, met minimale bureaucratie en optimale communicatie. Door deze dialoog kunnen we tot een perspectief biedend pakket van afspraken komen. Ik neem het mee in de ontwikkeling van de multidisciplinaire werkconferenties, waar ik druk doende mee ben.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s




%d bloggers op de volgende wijze: